logo Centrum overGewicht Malle
Technieken Maagband gastric bypass sleeve gastrectomie

Gastric Bypass

De gastric bypass operatie

  1. Operatie voorbereidende stappen
  2. Onder algehele narcose, wordt de buikholte opgeblazen met CO2 en kunnen middels 4 kleine sneetjes, 4 werkkanalen geplaatst worden doorheen de buikwand:
    • een voor de camera, op de middellijn, een handbreed onder het borstbeen
    • een voor het instrument dat de lever opzij houdt, ter hoogte van de rechter flank
    • een werkkanaal voor de linker hand, iets onder het borstbeen. Op die plaats komt tevens het onderhuids reservoir te liggen
    • een werkkanaal voor de rechter hand, onder de ribben een handbreed links van de middellijn. Hierlangs wordt tijdens de operatie de maagband naar binnen gebracht.
  3. Eventuele verklevingen dienen losgemaakt (na voorgaande operaties of na doorgemaakte infecties).
  4. Er wordt gekeken of de dundarm vlot tot tegen de bovenzijde van de maag te brengen is en dus de geplande gastric bypass kan doorgaan.
  5. Is dit goed, dan wordt het kleine maagje gecreëerd met een chirugisch nietapparaat (zie tekening)
  6. Vervolgens wordt een bres gemaakt in het vet dat neerhangt van de maag over de dikdarm, om zo de dundarm naar boven te krijgen.
  7. Vanaf het startpunt van de dundarm wordt de darm afgelopen tot een stuk gevonden wordt dat vlot tot tegen het nieuwe kleine maagje kan gebracht worden ( gemiddeld rond de 50 a 80 cm).
  8. Deze darm wordt met het nietapparaat doorgenomen, waarbij het afvoerende stuk op het kleine maagje komt te staan. Ook hierbij wordt een nietapparaat gebruikt.
  9. Vanaf die plaats wordt 130 tot 180 cm (of zelfs 200 cm, bij de superobesen) afgemeten. Op die plaats wordt het aanvoerende stukje dundarm (met maagsappen, pancreassappen en galsappen) van dus ongeveer 50 a 80 cm lang (zie punt 7) terug met de darm verbonden en kunnen de sappen terug bij het voedsel komen en de echte vertering starten.
  10. De buisjes worden verwijderd onder zicht van de camera die tot het laatst in de buik blijft (om bloedingen ter hoogte van de openingen te ondervangen), waarna zoveel mogelijk gas (CO2) wordt afgelaten.
  11. Met verteerbare onderhuidse hechtingen worden de wondes gesloten, met hierop nog kleine pleistertjes en een drukkend verband.

Opmerking:

  • soms dienen extra buisjes geplaatst omdat de instrumenten met de 4 standaardopeningen soms te kort zijn om de operatie uit te kunnen voeren. Meestal zijn dat 2 extra hogergelegen buisjes.
  • Soms dient van kijkoperatie (laparoscopie) overgeschakeld te worden naar een open operatie (laparotomie, met een groot litteken dus) als hierdoor de operatie gemakkelijker wordt (bv: te veel vergroeiingen in de onderbuik door voorgaande operaties of doorgemaakte infecties; bv door een bloeding die met een kijkoperatie onvoldoende kan in beeld gebracht worden)